Netherlands Centre for Graduate and Research Schools

About PhD Programs in the Netherlands

2015

  • Stella Boeschoten, Charlotte van Hees, Kees Mulder, Sabine Waasdorp, Martijn Weekenstroo, The PhD in the Dutch Academic System, Science in Transition, February 2015.
    The aim of this report is to evaluate the current role of a PhD candidate in academia, particularly regarding his career perspectives and to investigate whether there are differences between the different graduate schools. To achieve this, we conducted 26 inter-views with people in different faculties and different layers within university or con-nected to the university. Full text.

2014

  • Marije de Goede, Rosalie Belder, Jos de Jonge, Promoveren in Nederland. Motivatie en loopbaanverwachtingen van promovend [Doing a PhD in the Netherlands. Motivation and career expectations of PhD candidates] Rathenau Instituut, November 2014. (In Dutch)
    Chapters:Start of a PhD Trajectory; motivations and targets. The trajectory:personal development and training. Completion of the PhD trajectory: preparing for the future. Other types of PhD candidates: medical PhDs and external candidates. Full text.

2013

  • Ellen Sjoer, External PhD Candidates: drivers of innovation, 41st SEFI Conference, 16-20 September 2013, Leuven, Belgium.
    Many institutes for higher education maintain good contacts with business and governmental organisations. It is from these contacts that professors regularly recruit talented candidates for a PhD project. These so-called 'external PhD candidates' remain stationed elsewhere, and they are granted (part-time) leave for a PhD programme from their company or do their research unpaid and in their own time. However, what sounds appealing in theory is not so easy in practice. Not only is the time available for research a problem for external candidates, but they spend a relatively large amount of time learning to do research (searching for literature, formulating research questions, selecting research methods etcetera). For this reason, a series of interviews are held with supervisors, external PhD candidates and companies in order to recognise the specific needs of each party and be able to (co-)design a tailor-made PhD programme. In this paper, the results of the interviews with the external PhD candidates are discussed. Full text

2012

Two publications about a Dutch Research School:

  • Beishuizen, J., Dolmans, D., van Driel, J., Wopereis, I., & van Merriënboer, J. (2012). Het Interuniversitair Centrum voor Onderwijswetenschappen: terugblik en vooruitblik. Pedagogische Studiën89, 417-424.full text
  • Van Merriënboer, J., Wopereis, I., Bosker, R., Creemers, B., de Jong, T., Scheerens, J., & Simons, P. R. J. (2009). 20 jaar Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek: Een retrospectief. Pedagogische Studiën86, 474-481. full text

 

  • Brouns, M., R. Bosman & I. v. Lamoen (2004). Een kwestie van kwaliteit. Loopbanen van cum laude gepromoveerde vrouwen en mannen. Groningen, Rijksuniversiteit Groningen. [In Dutch]
    Abstract. Cum laude gepromoveerde vrouwen vormen een uitnemende groep om de werking van het criterium ‘gelijke bekwaamheid’ te toetsen. Biedt het predikaat ‘cum laude’ bescherming voor eventuele sekse-effecten in de loopbaan? Anders gezegd: bestaan er bij deze hoogopgeleide mannen en vrouwen nog verschillen in loopbanen vanaf het moment dat zij hun promotie hebben behaald? Maakt het uit in welke discipline de promotie plaatsvond, of in welke periode (bij welke arbeidsmarkteffecten?) Wat is het effect van het predikaat cum laude op de arbeidsmarkt in vergelijking met een ‘gewone’ promotie en is dit effect hetzelfde voor mannen als voor vrouwen?En mochten er verschillen bestaan tussen de loopbanen van cum laude gepromoveerde mannen en vrouwen, wat is dan de verklaring voor deze verschillen?
    Text I en Text II
  • Starmans, R.J.C.M. (2005). Current Topics in IKS-Research; A Quantitative Approach. BNVKI newsletter, 22(6), 128-135.
    Abstract. The aim of this study is to gain insight in the current state and structure of scientific research in Information and Knowledge Systems (IKS) in the Netherlands by analyzing the use of a large number of keywords or indexterms, mainly taken from conferences and journals in the IKS-field. Following the “meaning is use” adage of the ordinary language philosophy, we believe that meaning, significance and scope of the terms can actually be established “bottom-up” by analyzing how a relevant and sufficiently large group of language-users applies them. By studying the occurrence, interrelations of the index terms, their relative importance, scope and in fact their meaning can be established and (underlying) structures or patterns in the IKSfield can be recognized. We therefore conducted a large scale empirical research and asked over 200 researchers working in the IKS-field if and to what extent their research can be related to/associated with these keywords. These researchers had two things in common; they were all involved in phd-research in the Netherlands in the period October 2003- October 2005 and in the same period they were all registered in the National Dutch Research School for Information and Knowledge Systems (SIKS).
    Text
  • Starmans, Richard & John-Jules Meyer (2006). Funding research in computer science. BNVKI newsletter, 23(5), 97-102. Utrecht, SIKS.
    Abstract. Knowledge of the historical, cultural and social context of the scientific environment may help to understand and assess current state of affairs in a research area. It may facilitate policy makers and researchers to better anticipate on coming developments. It may give information about the structure of the field, indicate the relative success of certain subfields or research programs, their international position and orientation, as well as their intended or alleged relevance for industrial companies or society as a whole. A detailed analysis of the environment, its institutions and stakeholders, including different ways of funding in the field of computer science, can contribute to our understanding of the field and the assessment of its current state. We confine ourselves to the research on information and knowledge systems (IKS). As a first explorative step towards this wished insight in the current state of IKS-research in the Netherlands, we will examine how a large number of Ph.D. -projects were funded, which stakeholders or institutions were involved and under which funding conditions the projects took place. We relate these findings to the structure of the field. To this aim we examined the project-data of over 300 researchers working in the IKS-field. These researchers had two things in common: they were all involved in Ph.D.-search in the Netherlands in the period 1998-2006 and in the same period they were all registered in the National Dutch Research School for Information and Knowledge Systems (SIKS).
    Text

 

  • Zwaan, Ton (1997). Proeven van bekwaamheid. De dissertaties van de Amsterdamse School voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek, 1987-1997. Amsterdam, ASSR. [In Dutch]
    Abstract. Het eerste deel bestaat uit een opstel van de auteur waarin vijfenveertig dissertaties vanuit verschillende gezichtspunten de revue passeren. De School kan in strikte zin niet beschouwd worden als een paradigma-gemeenschap, maar heeft wel een serie typerende kenmerken en kent een aantal in ruime kring gedeelde affiniteiten. In een aantal van de meest geslaagde dissertaties wordt een perspectief van grote reikwijdte, soms van mondiale proporties, gehanteerd. De dominante stijl van sociale wetenschap kan getypeerd worden als realistisch, weinig abstract, historiserend en vergelijkend. Het klimaat en de algemene intellectuele oriëntatie zijn in hoge mate internationaal. Wetenschapsfilosofisch overheerst een zekere scepsis ten aanzien van sciëntistische visies in de sociale wetenschap en gaat de voorkeur uit naar een combinatie van interpretatieve en historisch-comparatieve visies.
    Het tweede deel van de publicatie bestaat uit een geannoteerde bibliografie van alle dissertaties, alfabetisch op auteursnaam gerangschikt. Van elk boek heeft Ton Zwaan in een paar honderd woorden het onderwerp en de probleemstelling, het theoretisch perspectief, de gebruikte onderzoekstechniek en een samenvatting van de inhoud genoteerd.
    Text